gedicht
Van water staat niet vast
of het zo is,
water heeft geen lichaam,
en geen tijd.
Het doet zich voor,
aan elke blik opnieuw,
van iedereen, altijd,
als nieuw, herneemt zich
in en sluit zich om
je hand, ontloopt -
vergewis je,
hoe het, onverslijtbaar,
uitdrukt wat altijd is
maar nooit een omtrek heeft:
het onbeschreven denken
dat voorafgaat aan het denkbeeld,
en het overleeft, dat steeds maar,
net geboren is, en ongerijmder
dan de zinnen die je vindt.
Willem-Jan Otten
Uit: Eerder gedichten, 2000